De Haflinger

Haflingers worden sinds 1961 in Nederland ingevoerd, er kwamen toentertijd 750 merries en 10 hengsten naar ons land. Na de tweede wereldoorlog had de mechanisatie in de landbouw zijn intrede gedaan, vooral op de grote bedrijven. Voor de kleine bedrijven zocht men toen naar een sobere en doelmatige krachtbron. Die werd in Oostenrijk gevonden. Daar gebruikte men een paardje in de bergen dat een groot uithoudingsvermogen had en sober in onderhoud was; de Haflinger. Oorspronkelijk was het plan dat ze een functie moesten vervullen op het agrarisch bedrijf, maar de mechanisatie verliep zo snel dat een intensief gebruik in de landbouw geen hoge vlucht heeft genomen.



Wel bleek dat de Haflinger ook voor vele andere doeleinden kon worden gebruikt. Bovendien was de voskleur zeer aantrekkelijk in combinatie met de lichte staart en manen. Mede door hun vriendelijke karakter hebben de Haflingers zich enorm kunnen uitbreiden. Wij beschikken nu in Nederland over een groot aantal Haflingers die worden gekenmerkt door kracht, uithoudingsvermogen, soberheid in onderhoud, intelligentie en vooral door braafheid. Het is een universeel paard dat voor vele doeleinden inzetbaar is.